Waar de herfst in kleuren tekent en aardse geuren in je kruipen verleidt de muze...
Prenten voor Beelden.
De komende weken is er op de valreep een bijzondere en artistieke sfeer op te snuiven in het Koetshuis. Deze prachtige expositie, tot stand gekomen in samenwerking met het Drents Museum, toont een groot aantal tekeningen uit eind 18e en de eerste helft van de 19e eeuw van diverse bekende Nederlandse kunstenaars.
In het Koetshuis zullen o.a. werken van Jan Sluijter, Piet Mondriaan, Martin Monnickendam, Leo Gestel, Huib Luns, Simon Moulijn, Arnold Kort en Isaac Israels, een van de voornaamste schilders van de Amsterdamse Impressionisten, te zien zijn. De veelzijdige Van Konijnenburg heeft monumentale kunstwerken op zijn naam staan en heeft als tekenleraar eertijds les gegeven aan Koningin Wilhelmina.
Verschillende kunstenaars uit die tijd hadden succes ver over onze grenzen. Met name grafisch werk bereikte buitenlandse tentoonstellingen relatief eenvoudig. Internationaal bestond een goed netwerk en prentkunstenaars wisselden onderling hun werk of complete exposities uit. Door WOI werden echter veel van dergelijke contacten afgebroken. In de periode tussen de beide wereldoorlogen richtten de kunstenaars zich vooral op de Nederlandse markt. De meesten kenden elkaar en wederzijdse beïnvloeding was eerder regel dan uitzondering, men accepteerde doorgaans een persoonlijke visie en (uiteenlopende) kunstzinnige voorkeuren. Vriendschap speelde een belangrijke rol in hun leven, interactie betekende inspiratie en energie. Door verblijven in Parijs, Italië of Spanje werden van dichtbij nieuwe stromingen ervaren.
Uitgelicht: zo won Jan Sluijter in 1904 de Prix de Rome, waardoor hij een beurs kreeg van de Rijksakademie in Amsterdam. Van het geld maakte hij een studiereis door Italië en Spanje. In Parijs veranderde zijn manier van werken drastisch onder invloed van het fauvisme. Deze (stijl)richting in de Franse schilderkunst streefde naar een volledige ongeremde weergave van de gewaarwording en maakte daarbij met name gebruik van ongemengde kleuren. Sluijters uitbundige weergaves van het Parijse nachtleven waren echter een enorme schok voor zijn Nederlandse docenten en zijn beurs werd zelfs ingetrokken. Jongere kunstenaars daarentegen waren een en al aandacht voor zijn werk en evenals Mondriaan was Sluijter een groot voorbeeld. Vergeleken met Piet Mondriaan, die een geheel eigen en wereldberoemde stijl ontwikkelde, experimenteerde hij slechts kort met het kubisme -waarin alle vormen tot lijnen en vlakken worden teruggebracht- en abstracte schilderingen. Na deze fase ontwikkelde Sluijter een meesterlijke tussenvorm van impressionisme en expressionisme. In de twintiger jaren van de 19e eeuw was Jan Sluijters een van de prominentste en meest gerespecteerde Nederlandse kunstenaars. Hij is met name bekend als ‘vrouwenschilder’. Zijn naakten werden in zijn tijd echter meerdere malen aanstootgevend genoemd. Zowel van Jan Sluijter als Leo Gestel werden naaktschilderijen verwijderd van een tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam op bevel van de hoofdconservator. Dergelijk eerlijk naakt zou “onbehoorlijk, onkuisch, aanstootgevend (en) ergerlijk voor het publiek zijn”. Voorheen waren er wel blote vrouwen in de kunst te zien, maar in bijbelse taferelen of in mythologische voorstellingen en doorgaans werden deze vrouwen zeer geïdealiseerd weergegeven. De acceptatie van de realistische weergave van een paar borsten en ‘het leven onder de navel’ had wat tijd nodig. Zelfs in 1949 werden in Schiedam op last van de burgemeester nog twee naaktschilderijen verwijderd; de emotie die de man parten speelde bij het aanschouwen van liggende vrouwen in een doorschijnend roze hemdje of in een kleurrijke voorstelling kon hij waarschijnlijk niet aan.
Op de poster van deze tentoonstelling is de ‘Studie van Gieren’ te zien van Martin Monnickendam (bovenstaande afbeelding). Deze kunstenaar, die in 1901 het zilver won bij de Prix de Rome, werd vaak in een adem genoemd met Sluijter. Hij heeft in zijn leven talrijke onderscheidingen mogen ontvangen en nam over de hele wereld deel aan tentoonstellingen. Daarnaast stond hij hoog aangeschreven als illustrator voor dag- en weekbladen. Na zijn dood werd een groot deel van zijn oeuvre jammer genoeg slecht opgeslagen met alle gevolgen van dien. Zo’n 30 jaar later is een Stichting opgericht met als doel het werk van Monnickendam te restaureren en te conserveren. Voor een belangrijk deel is dat inmiddels gelukt. Op 29 januari van dit jaar is aan het Rijksmuseum een van zijn aquarellen ‘Bij den juwelier’ geschonken (n.a.v. het afscheid van Ronald de Leeuw, museumdirecteur).
- Op 7 november was de officiële opening van ‘Prenten voor Beelden’. Het openingswoord is gesproken door dhr. W.T. Hekma Wierda, bestuursvoorzitter van de Stichting Borg Verhildersum. Drs. Minette Albers, hoofd collectie, presentatie en educatie van het Drents museum, nam de aanwezigen mee in het spoor van de muzen naar de wereld van de kunst.
Voor deze tentoonstelling geldt een aangepaste entreeprijs van 3,00 euro voor volwassenen. Kinderen t/m 16 jaar, MJK en Vrienden van Verhildersum (op vertoon van kaart) hebben gratis toegang.