Landgoed

Borg

van 14e eeuws steenhuis tot 19e eeuws buitenhuis

 

De geschiedenis van de Borg en haar omgeving gaat verder terug dan de huidige negentiende-eeuwse presentatie. De eerste vermelding van Verhildersum is in de naam van Aylko Onsta, die in 1398 ook Aylko Ferhildema wordt genoemd. Het was toen niet meer dan een steenhuis, een verdedigingstoren op het erf van een boerderij. Het geslacht Onsta van Sauwerd heeft het gebouw tot het einde van de 16e eeuw in bezit gehad en het is in deze periode uitgebreid van verdedigingswerk tot woonhuis, een zogenaamd langhuis.

webZaal

Door het huwelijk van Hidde Onsta met Ludolf Tjarda van Starkenborgh kwam Verhildersum in 1587 in bezit van de familie Tjarda van Starkenborgh. Op het familieportret uit ca. 1670 dat in de zaal van de Borg hangt, staat het gebouw met een imposante trapgevel, twee zijvleugels en een poortgebouw. Het is dus in de vroege 17e eeuw opnieuw uitgebreid. In 1681 werd het verkleind door de sloop van de westelijke vleugel en het poortgebouw, waar door er een L-vormige borg ontstond, geheel volgende mode van die tijd.

De heren van Wehe, ook uit de familie Tjarda van Starkenborgh, kregen Verhildersum in 1753 in handen, maar gaven de voorkeur aan de Borgweer te Wehe. Verhildersum werd soms jaren lang alleen door huisbewaarders bewoond. In 1792 werd ook de laatste zijvleugel gesloopt om het gebouw geschikt te maken voor de moeder van de eigenaar.

Na haar overlijden in 1806 werd meerdere malen geprobeerd Verhildersum te verhuren en te verkopen. Dit was pas echt succesvol in 1821, toen het verkocht werd aan notaris Hendrik van Bolhuis. Hij verbouwde het interieur van de Borg, waarvan de sporen in de slaapkamer nog te zien zijn in het vorig jaar ontdekte behang uit ca. 1830.

In 1861 vererfde Verhildersum aan zijn dochter Geertje van Olst van Bolhuis en haar man mr. Hendrik Frima. De Borg bleef bijna een eeuw in handen van deze laatste familie, tot het in 1953 verkocht werd aan de gemeente Leens. Sindsdien heeft het een museale bestemming.