
De Borg
De geschiedenis van de Borg en haar omgeving gaat uiteraard verder terug dan de huidige negentiende-eeuwse presentatie. De eerste vermelding van Verhildersum is in de naam van Aylko Onsta, die in 1398 ook Aylko Ferhildema wordt genoemd. Het geslacht Onsta van Sauwerd heeft het gebouw tot het einde van de 16e eeuw in bezit gehad. De naam van de Borg komt waarschijnlijk van Ver(vrouw) Hilde(rt), maar het is onduidelijk wie zij geweest is. Het gebouw is ontstaan uit een steenhuis, een strategische en goed verdedigbaar bouwwerk met dikke muren, dat vaak op het erf van een heerd (een boerderij) stond. Het afbreken van vijandige steenhuizen was een succesvolle tactiek om tegenstanders te verzwakken en gebeurde in de 15e eeuw met enige regelmaat. Ook Verhildersum werd door troepen van de stad Groningen aangevallen en vernietigd, maar het werd na 1514 weer opgebouwd.
De aanleg van dijken zorgde ervoor dat in de 16e eeuw het steenhuis kon worden uitgebreid tot een langhuis en het ook bewoond kon worden. Het waren Ludolf Tjarda van Starkenborgh met zijn vrouw Hidde Onsta die Verhildersum tot een onafhankelijke Borg maakten in plaats van de dependance van Onsta die het tot dan toe was geweest. Hun zoon Lambert en kleinzoon Allard verwerven vele van de oude Onsta rechten in o.a. Leens, Houwerzijl, Zuurdijk en Wehe, waarmee de Borg uitgroeide tot de belangrijkste Borg in de Marne. Na de dood van Allard in 1673 ging de Borg over op zijn zoon Edzard Jacob getrouwd met Anna Habina Lewe van Middelstum. Zij bouwden in 1681 aan de voorkant van het gebouw twee vleugels en een poortgebouw. Na hun dood is de Borg overgegaan op de drie zoons die haar in 1742 verkochten aan Margareta Bouwina Tjarda van Starkenborgh. Sindsdien is het gebouw in verschillende handen binnen de familie overgegaan, maar raakte langzaam in verval. Voor 1781 werd reeds een vleugel en het poorthuis afgebroken, in 1792 moest ook de laatste vleugel er aan geloven, waarmee de vorm van het 16e eeuwse langhuis weer werd benaderd. De huidige gevel van Verhildersum, in classicistische stijl stamt ook uit deze verbouwing en is 80cm voor de oorspronkelijke gevel geplaatst.
In 1821 werd de borg verkocht aan de notaris Hendrik van Bolthuis, wiens bibliotheek vandaag de dag nog aanwezig is in de Borg; Zijn dochter Geertje van Olst van Bolhuis, getrouwd met advocaat Hendrik Frima, erfde het huis na zijn dood. Verhildersum is in handen van de familie Frima gebleven tot het in 1953 door de gemeente Leens werd gekocht en gerestaureerd.
De verschillende bewoners van de Borg hebben hun sporen ook in het interieur nagelaten. Het merendeel van de voorwerpen komt uit de 19e eeuw, maar bijvoorbeeld Allard Tjarda van Starkenborgh en zijn familie zijn prominent aanwezig dankzij het grote schilderij door Martinus van Grevenbroeck uit 1760 dat nu in de zaal hangt. Boven de ingang van de Borg bevindt zich het alliantiewapen uit 1684 van Edzart Tjarda van Starkenborgh (de middelste figuur op het genoemde schilderij) en Anna Habina Lewe van Middelstum.













