Collectie

Textiel op Verhildersum

Een bijzondere collectie 

Met het oog op de inhuldiging van Wilhelmina tot koningin (1898) kwam men op het idee haar een nationale klederdracht-collectie te schenken. In heel Nederland werden inzamelingen gehouden. De collectie werd aan de jonge koningin aangeboden. Vermoedelijk tot teleurstelling van de aanbieders hing Wilhelmina de collectie niet in haar eigen kleerkast op het Loo maar werd deze in bewaring gegeven aan het Rijksmuseum. In 1916 werd de collectie overgebracht naar het Openlucht Museum in Arnhem omdat dit museum zich richtte op het beheer en de bestudering van volkskunst. Helaas ging bijna de gehele collectie in 1944 bij de gevechten in Arnhem.

Bij de nadering van het 50-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina ontstond opnieuw het idee om haar een nationale klederdrachtcollectie te schenken. De Commissarissen van de Koningin kregen de opdracht dit in hun provincie te organiseren. In Groningen ging een comité aan de slag onder voorzitterschap van mw. W. Evers-Dijkhuizen. Een actieve medewerkster was mw. Clevering die al een behoorlijke kennis had van mode en dracht. Zij zou ook de spil worden van wat later de ‘Groninger Dracht’ is gaan heten. Er werd voor het nationale geschenk veel meer kleding aangeboden dan nodig was. Op initiatief van mw. Clevering werd begin jaren ‘60 de op deze manier bijeen gebrachte verzameling overgedragen aan het Ommelander Museum voor Landbouw en Ambacht; nu Stichting Borg Verhildersum.